Cursus applicatie
Wat is applicatie?
Appliqueren is een techniek waarbij je lapjes op een ondergrond naait.
Veel quilts zijn gemaakt van een combinatie van patchwork en applicatie.
Maar je kunt applicaties bijvoorbeeld ook gebruiken om versleten kleding te repareren.
Verschillende methoden
Er zijn heel veel verschillende methoden om te appliqueren.
De hieronder genoemde zal ik bespreken:
- Applicatie met rafelranden
- Applicatie met vliesofix
- Applicatie met freezer papier
- Appliqueren volgens de rijgmethode
- Needle turn applicatie
- Omgekeerde applicatie
Voorbereiding
Zorg dat de achtergrondstof waarop je gaat appliqueren 2-3 cm groter is omdat er
door het appliqueren wat stof kan gaan rimpelen.
Geef met een potlood de grote lijnen van de applicatie aan en markeer de punten
waar 2 of meer vormen over elkaar komen.
Neem de grote vormen, zoals bloemstelen en handvatten van bijv. een mand,
over met een stippellijn.
Probeer zoveel mogelijk de draadrichting van de applicatiemotieven gelijk te
laten lopen met de achtergrondstof. Dit voorkomt het trekken van de stof.
Knip ronde stelen altijd schuin van draad; zo kun je ze makkelijker rond leggen.
Applicatie met rafelranden
Dit is de makkelijkste en snelste, maar ook de minst verfijnde applicatietechniek.
De vormen worden hierbij uitgeknipt met een kartelschaar en met de hand of met
de naaimachine op de ondergrond genaaid op een manier waarbij de steken
zichtbaar blijven.
Dit is hieronder duidelijk te zien.

Foto afkomstig uit:
Handboek patchwork, quilten en appliqueren (Jenni Dobson)
Het is een eenvoudige techniek waarbij je de vormen uitknipt zonder naadtoeslagen.
Ik denk niet dat deze techniek nadere uitleg behoeft.
Applicatie met vliesofix
Bij deze techniek wordt gebruik gemaakt van dubbelzijdige plakvlieseline, dat
te koop is bij patchworkwinkels en stoffenzaken. Ook deze techniek is heel eenvoudig
en zeer geschikt voor beginners.
Werkwijze
Neem de vormen in spiegelbeeld over op de tekenkant van de
vliesofix.
Knip ze ruim uit en haal het onderste beschermvelletje eraf.
Leg nu de vorm op de achterkant van je stof en strijk dit vast.
Kijk voor de
juiste strijktemperatuur op de gebruiksaanwijzing van de vliesofix.
Knip nu de vorm op de getekende lijnen uit, verwijder het bovenste beschermlaagje
van de vliesofix en leg het geheel op de plaats waar je de applicatie wilt hebben.
Leg een vochtige doek op de applicatie en strijk hem vast volgens de gebruiksaanwijzing.
Als het goed is, zit de applicatie nu vast.
Ik raad echter aan om de applicatie
ook nog met wat steekjes vast te zetten.
Dit kun je op verschillende manieren doen.
Je kunt kleine rijgsteekjes maken (met de hand of met de machine), maar je kunt
de applicatie ook afwerken met een zigzagsteek of cordonsteek (=zigzagsteek heel
dicht op elkaar) op de machine.
Wat ik zelf ook vaak doe is de applicatie vastzetten met een fijn zigzagsteekje met
nylongaren. Je moet dan wel zeker weten dat je de applicatie niet meer hoeft te strijken,
anders smelt je garen!
Als je op de foto klikt kun je de kleine nylonsteekjes zien.
TIP Strijk je stof vooraf, maar NOOIT met strijkspray! Hierdoor
plakt de vliesofix niet op de stof.
Lessen op internet:
Sancho
CD-designs (engelstalig)
Applicatie met freezer papier
Freezer papier is papier wat aan de ene kant glimmend en was-achtig is (de plakkant) en aan de
andere kant gewoon papier. Het is te koop in patchworkwinkels, maar je kunt ook
de verpakking van kopieerpapier gebruiken. Let dan wel op dat het niet al te bont bedrukt
is, want sommige soorten geven nogal af.
Freezer papier laat zich eenvoudig op stof strijken en blijft dan tijdelijk redelijk
goed zitten. Je kunt het na afloop simpel verwijderen en zelfs nog een paar keer
opnieuw gebruiken.
Werkwijze
Het freezer papier wordt als mal gebruikt, dus je tekent het patroon op het freezer
papier. Je kunt zowel op de was-achtige kant als op de ruwe kant van het papier
tekenen, maar let dan wel goed op dat je tekening niet in spiegelbeeld komt!
Lees in verband met het spiegelbeeldverschijnsel eerst onderstaande alinea goed
door.
Belangrijk!
Je kunt het freezer papier op 2 manieren gebruiken:
- Je kunt het op de goede kant van de stof strijken
- Je kunt het op de verkeerde kant van de stof strijken
Beide manieren hebben voor- en nadelen.
Als je het op de goede kant van de stof strijkt, kun je het er weer heel makkelijk
afhalen en later weer opnieuw gebruiken. Het nadeel is dat het wat moeilijker
werken is. Eventueel kun je een klein potloodlijntje om de mal heen tekenen en
de stof precies op het lijntje omvouwen.
Strijk je het op de achterkant van de stof, dan vouw je de stof om de rand van het
freezer papier heen. Je kunt zo wat makkelijker werken.
Het nadeel van deze methode is dat
het lastiger is om het papier te verwijderen als je applicatie bijna klaar is.
Voordat je de laatste steekjes maakt haal je, bijvoorbeeld met een pincet, het
freezer papier weg.
Ik zou zeggen: probeer beide methoden uit, zodat je zelf kunt bepalen wat voor
jou de fijnste manier van werken is. Het zal mogelijk ook afhangen van de soort
vorm die je wilt maken, grof of fijn.
Zoals je zult begrijpen moet je dus eerst bepalen hoe je het freezer papier gaat gebruiken
en pas dan je vormen gaan aftekenen. Anders komen je applicaties in spiegelbeeld en
dat is waarschijnlijk niet de bedoeling.
Naaien
Als je het freezer papier op je stof hebt gestreken, knip je de stof uit met
een naadtoeslag van een halve cm. Knip de hoekjes en ronde lijnen in tot de rand
van het freezer papier. Vouw de stof om naar de verkeerde kant en zet de applicatie
met kleine blinde zoomsteekjes vast.
Als je het lastig vindt om op het laatst het freezer papier er tussenuit te peuteren,
kun je ook een klein sneetje in de ondergrondstof maken en dan het papier eruit
halen. Maar let dan wel goed op dat je niets beschadigt en repareer het weer
zo goed als mogelijk is!
Lessen op internet:
How to applique (engelstalig)
CD-designs (engelstalig)
Appliqueren volgens de rijgmethode
Bij deze techniek worden de vormen eerst omgeregen alvorens ze worden geappliqueerd.
De delen die onder een ander applicatiedeel vallen hoeven niet te worden geregen.
Werkwijze
Leg en plak de tekening met de goede kant boven op een lichtbak.
Leg daar de stof op,
met de goede kant boven.
Neem de vormen met een scherp potlood over. Dit wordt de
vouwlijn.
Laat tusen de vormen een cm. ruimte voor de naadtoeslagen.
Knip de vormen uit met een naadtoeslag van ongeveer een halve cm.
Vouw de naadtoeslag naar de verkeerde kant en knijp steeds in de vouw, waarbij je
je vingers niet moet verplaatsen, anders rekt de stof uit.
Draai de vorm steeds
terwijl je hem omvouwt.
Holle lijnen moeten tot aan het potloodlijntje
worden ingeknipt, anders blijven ze niet zitten. Wees voorzichtig met de hoekjes
en knip deze niet te diep in!
Rijg de omgevouwen randen vast. Naai de applicaties met kleine blinde zoomsteekjes
vast op de ondergrond.
Needle turn applicatie
Bij needle turn applicatie werk je de naad met de naald om, terwijl je naait dus.
Het aftekenen van de stof gebeurt op dezelfde wijze als bij de rijgmethode.
Vouw de naadtoeslagen met de vingers om door in de vouw te knijpen.
Leg de applicatie op de goede plek en zet hem met een speld in het midden vast.
Werk nu de toeslag onder de vorm weg met de punt van de naald en zet hem tegelijkertijd
met kleine blinde zoomsteekjes vast. Knip hoekjes en holle lijnen pas in voordat
je de stof vastzet.
Deze methode vergt wat oefening, maar geeft ook het mooiste
resultaat, dus het is zeker de moeite waard om hiermee aan de gang te gaan!
Lessen op internet:
Ladybug Lines (engelstalig)
CD-designs (engelstalig)
Omgekeerde applicatie
Hierbij is de werkwijze omgekeerd aan de gewone technieken. In plaats van de vormen
op de ondergrond te naaien, worden ze uit de ondergrond geknipt en laten ze de
onderliggende stof zien.
Om het ontwerp goed stevig te houden, moeten de draadrichtingen van ondergrond en
motieven gelijk lopen.

Deze techniek heb ik zelf nog nooit gedaan en ik vind het dus ook best moeilijk
om het uit te leggen.
Wil je hier meer over weten zoek dan in boeken of op internet naar meer informatie
over omgekeerde applicatie (reverse applique).
Lessen op internet:
Applicatiemethoden waaronder reverse applique (engelstalig)
Nog wat algemene tips
Bloemstelen maak je zo:
knip of snij een strook die bijna 3 x zo breed is als de steel
moet worden. Vouw een derde om naar de verkeerde kant en strijk de vouw erin.
Vouw nu het andere derde deel daaroverheen, tot vlak aan de vorige vouwrand en
strijk ook deze vouw erin.
Of zo:
Snij schuin van draad een strook van 0.5 inch. Vouw deze dubbel met de goede
kant buiten. Naai hem vast (met rijgsteekjes, af en toe een stiksteek) op
iets minder dan de helft van de bies gezien vanuit de rafels. Klap de vouw
over de rafels heen en appliqueer op de achtergrond.
Zo krijg je "friemelsteeltjes" die goed rond te leggen zijn. Er kan
eventueel een dikkere draad onder gelegd worden voor een ruimtelijke effect.
Deze tip is afkomstig van Mieke Sprooten.
Je kunt je applicaties ook afwerken met een siersteek, bijvoorbeeld in een
contrasterende
kleur garen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een festonsteek of siersteken
gemaakt
met de naaimachine. Let er wel op dat de siersteken het beeld niet verstoren;
de siersteek moet iets toevoegen en mag niet overheersend zijn.
Andere applicatie-technieken
Er zijn nog veel meer applicatie-technieken dan degene die ik genoemd heb, zoals
broderie perse, Hawaïaans applicatiewerk, Mola-applicatie, glas-in-lood applicatie en
schaduwapplicatie.
Dit zijn echter heel specifieke technieken en het voert te ver om hieraan aandacht
te besteden in deze beginnerscursus.
Veel patchworkwinkels bieden echter cursussen aan in veel verschillende technieken,
wellicht kun je in je omgeving voor een dergelijke cursus terecht.
Patronen
Patronen zijn eigenlijk overal te vinden! Laat je inspireren door kleurplaten, kleurboeken of leuke tekeningen in tijdschriften.
Kijk voor gratis patronen op internet op mijn links-pagina of op de quilten-techniekenpagina.
Veel succes!
Home